Geschiedenis

De congregatie van de zusters van het Heilig Hart van Maria van Berlaar heeft een lange voorgeschiedenis gekend.

In 1722 wordt in Gestel een vergadering van ‘min of meer godsvruchtige vrouwen’ opgericht door pastoor Ambrosius Van den Bosch. De vrouwen leven weliswaar in gemeenschap,

hebben vaak een uniforme kledij en doen apostolaatswerk, maar in tegenstelling tot kloosterlingen hebben ze bijvoorbeeld geen geloften afgelegd. De inwoners van Gestel spreken de ‘vrome dochters’ dan ook niet aan als kloosterlingen maar als ‘marollen’.

Deze godsvruchtige dochters kunnen volgens pastoor Van den Bosch helpen met het ‘reynigen en vercieren der kercke oft om eenige kindere aldaer te doen leeren lesen, schryven,’.

De Marollen zetten hun leven verder in Berlaar

Na het overlijden van pastoor Van den Bosch weet Koster Walter Van Rompuy een deel van het dorp en de nieuwe pastoor tegen deze vergadering van vrome dochters op te zetten omdat hij vond dat de marollen te veel op zijn terrein kwamen (hij was van ambtswege verantwoordelijk voor het onderwijs in het kleine dorp). Dit leidt uiteindelijk tot een onderzoek door de wereldlijke instanties dat oordeelt dat de vergadering onrechtmatig werd opgericht. En zo wordt in 1738 de vergadering officieel ontbonden.

Twee van de drie oorspronkelijke marollen besluiten daarop om te verhuizen naar Berlaar en daar hun leven in gemeenschap verder te zetten. Hier mogen ze zich van parochiepriester Struyve wel wijden aan het onderwijs van jonge meisjes.

In 1745 kopen de marollen een huis achter de kerk aan om er te wonen en er hun schooltje in onder te brengen. Dit huis zal later uitgroeien tot het moederklooster van de congregatie. De volgende honderd jaar blijven de marollen van Berlaar een zeer kleine gemeenschap die zich toelegt op onderwijs en ziekenzorg.

1830: Het verhaal van Maria Theresia Vermeylen

In 1830 wordt Henricus Haes als nieuwe parochiepriester van Berlaar aangesteld. Op dat moment blijft nog slechts één van de marollen over, Maria Theresia Vermeylen. Zij en pastoor Haes kunnen het goed met elkaar vinden en onder hun impuls groeit het ledenaantal terug aan. Ze dromen er van om de vergadering op termijn om te vormen tot een officiële congregatie. Maria Theresia Vermeylen zal die officiële erkenning als kloostergemeenschap op 14 maart 1845 spijtig genoeg niet meer meemaken. Ze overlijdt op 23 augustus 1844, maar haar ‘Geestelijk Testament’ wordt een belangrijk kompas voor de zusters van het Heilig Hart van Maria van Berlaar.